Ouderen betrekken

 

Om er zeker van te zijn dat steden, dorpen en buurten tegemoet komen aan de behoefte van de lokale ouder wordende bevolking is het van belang dat ouderen en andere relevante stakeholders betrokken zijn bij het ontwikkelen van beleid. Betrokken zijn op de wijze van coproducent.

Door coproductie:

  • kunnen beleidsmakers de kennis en ervaring van oudere mensen benutten bij het formuleren van beleid
  • worden diensten aangepast aan de echte behoeften en verwachtingen van de bevolking
  • voelen burgers zich daadwerkelijk onderdeel van de beleidsvorming
  • voelen ouderen en ouderenorganisaties zich ondersteund, gehoord en gerespecteerd.

Hoe ouderen en/of andeCIMG0104re relevante stakeholders als coproducent betrokken kunnen worden, is in het AFE-INNOVNET project een gids uitgebracht. Deze Engelstalige gids is via deze link beschikbaar.

 

 

Onder COPRODUCTIE verstaan wij een samenwerkingsverband tussen lokale overheden, ouderen en ouderenorganisaties voor het ontwerp en daadwerkelijk opleveren van kansen, ondersteuning en diensten die het welzijn en kwaliteit van leven verbeteren. Het coproductie proces om mensvriendelijke omgevingen te realiseren voorziet in een goede informatievoorziening en gaat uit van een gelijkwaardige relatie. Dit is de enige manier om er voor te zorgen dat de doelgroep wordt gezien als de meest effectieve en actieve actor om veranderingen te bewerkstelligen. Coproductie is dus meer dan alleen maar consultatie. Het gaat niet alleen om het vragen van iemands mening, maar juist om zijn/haar betrokkenheid in het ontwerp en resultaat van het proces.

De coproductie METHODOLOGIE bestaat uit zeven principes (mede naar Helen Sanderson, National Development Team for Inclusion (NDTi) in 2009):

  1. Ouderen zijn vanaf het begin tot het eind bij het proces betrokken
  2. Ouderen voelen zich veilig om te spreken en gehoord te worden
  3. Zaken komen aan de orde die relevant zijn voor ouderen
  4. Het besluitvormingsproces is helder
  5. Vaardigheden en ervaring van ouderen worden betrokken in het veranderingsproces
  6. Vergaderingen, informatie en informatievoorziening zijn toegankelijk
  7. Voortgang wordt geëvalueerd door ouderen te vragen naar de daadwerkelijk optredende veranderingen in het leven van ouderen.

COPRODUCTIE IN DE PRAKTIJK

Hieronder wordt ingegaan op verschillende voorbeelden van vormen om te werken met groepen burgers. Eerst worden enkele traditionele werkvormen gegeven, daarna voorbeelden van alternatieve methoden.

Alvorens te starten is het raadzaam om:

  • vooraf de doelen van coproductie te bepalen
  • de verantwoordelijkheden voor het proces helder te hebben
  • te weten wie bij het proces betrokken zullen worden
  • eventuele ethische kwesties (informed consent, privacy) na te gaan
  • risico’s en oplossingen te identificeren
  • benodigde middelen (menskracht, financiën, tijd, technologieën) te hebben bepaald
  • een heldere communicatiestrategie te hebben bepaald.

Vervolgens vindt het rekruteren van de doelgroep plaats. Daarbij telt:

  • de representativiteit van de betrokken mensen
  • de waarschijnlijkheid dat veel mensen zich terugtrekken: een strategie om voldoende betrokkenheid tijdens het proces te waarborgen is nodig
  • informeer betrokkenen in heldere bewoordingen over de doelen van het project
  • stel burgers in staat te begrijpen wat hun voordelen van deelname kunnen zijn
  • laat burgers weten dat hun inbreng gewaardeerd en nodig is.

CIMG0148Traditionele methoden om ouderen te betrekken

Focus groep: een groep van 6-8 personen bespreekt de meningen over een bepaald onderwerp. Het voordeel is dat het laagdrempelig is en directe communicatie tussen de doelgroep en de beleidsmakers. Belangrijkste nadeel is dat het tijdrovend is.

Workshop: kleine groepen gaan nader in op een onderwerp en geven input of feedback. Voordeel is dat mensen met verschillende achtergronden en perspectieven kunnen worden samengebracht. Nadeel is dat het moeilijk leidt tot algemene conclusies of consensus.

Gebruikers- of betrokkenenfora: Geschikt om ideeën te testen en om vertegenwoordigers van gebruikersorganisaties te laten communiceren met de gebruikers zelf. Strakke planning en combinatie met bijvoorbeeld individuele interviews is meestal nodig.

Adviesgroep: Een groep individuen, meestal experts, worden samengebracht om te adviseren over een bepaald onderwerp.

Alternatieve methoden

Gebruikerspanels: regelmatige ontmoetingen van burgers om specifieke onderwerpen te bediscussiëren of te becommentariëren. Ouderen vinden het vaak leuk om hieraan bij te dragen omdat zij vinden dat zij echt bijdragen. Nadelen zijn de hoge kosten en het voortdurende onderhoud.

Service prototyping: middel om een dienst te testen door de interactie van de gebruiker  met een prototype te observeren. Het doel van deze methode is om te analyseren hoe de nieuwe dienst, beleidsmaatregel of strategie zal uitpakken. Vooral geschikt in de fase van ideeënvorming.

3H: Hoofd, hart, hands-on: open living lab methode:

  • Hoofd: identificeert en brengt in kaart de actoren, protocollen en middelen om de noodzaak en barrières voor innovatie te verzamelen en te begrijpen.
  • Hart: bestendigt de relaties die nodig zijn om vertrouwen en inzet tussen stakeholders te bewerkstelligen.
  • Hands-on: betrekt de deelnemers bij co-creatie en ontwikkeling, inclusief evaluatie van klantgerichte indicatoren.

Challenge, hackaton, LUPI: op de gebruikers gerichte co-creatie methode. Korte duur en flexibel:

  1. Bepalen van het thema (1 dag): partners delen hun thema’s, ideeën worden gedefinieerd, typologie van gebruikers wordt gedefinieerd
  2. Observaties ter plekke (3,5 dag): leren verborgen inzichten te ontdekken
  3. Delen (1 dag): partners delen hun gevonden inzichten en het ontwikkelen van nieuwe ideeën, concepten.

HUMBLES: mensgerichte methode met 7 stappen:

  1. Licht de Design for All / Inclusief ontwerp mogelijkheden toe
  2. Identificeer de gebruiker
  3. Ga de interactie(s) na
  4. Vindt doorbraakopties
  5. Ontwerpoplossingen
  6. Efficiënte communicatie
  7. Succesvolle evaluatie

CIMG0131

Photovoice: kwalitatieve onderzoeksmethode waarbij de betrokkenen foto’s maken van hetgeen zij belangrijk vinden of als obstakel ervaren (zoals slecht onderhoud aan stoepen op de foto hiernaast).

 

 

Participatieve GIS methode: Bij deze methode worden deelnemers uitgerust met GPS en worden zij bijvoorbeeld gevolgd bij het lopen buitenshuis, boodschappen doen, recreatieve tijdsbesteding. Op deze wijze valt te achterhalen hoe mensen de buitenruimte gebruiken.

In dit verband is het ook belangrijk om de 11 methodes te noemen die zijn ontwikkeld in het kader van het Ambient Assisted Living Joint Programme (2013):
1. Brainwriting (Gallery methode): creatieve techniek waarin gebruikers zoveel mogelijk concrete ideeën voor een product of dienst noemen.
2. Co-discovery:  in paren testen van een product.
3. Cognitief langslopen: vaak gedaan door een gebruikersexpert om alle stappen van het product te doorlopen.
4. Papieren prototype: voorafgaand aan het coderen testen op papier.
5. Selectielijst: evaluatiemethode voor systematische en kwalitatieve selectie.
6. Logboek: de gebruiker houdt met logboek en foto’s bij hoe hij/zij het product gebruikt.
7. Shadowing: observatietechniek om informatie over iemands dagelijkse activiteiten in een natuurlijke omgeving te verzamelen.
8. Storyboard: simpele cartoons om functies of diensten uit te beelden en mogelijke zwakheden te ontdekken.
9. UTE (user, task, environment): analyseert de basisvereisten gebaseerd op de gebruiker, de taken en omgeving.
10. Walt Disney methode: creatieve techniek om realistische en nieuwe ideeën vanuit verschillende perspectieven te genereren.

11. Wizard of Oz: simulatietechniek om gebruikerstests met prototypes uit te voeren.

Living lab: Tenslotte is er het living lab waar onderzoekers, ontwerpers, gebruikers, beleidmakers actief deelnemen om oplossingen te co-creëren en valideren.

Op pagina Coproductie wordt ingegaan op verschillende praktijkvoorbeelden over het betrekken van ouderen bij het ontwikkelen van mensvriendelijke omgevingen.